Danny Sullivan in 1982, Indianapolis

VeeKay Rookie of the Year: Welke grote namen grepen naast deze titel?

Geplaatst
Gewijzigd 13-01-2021, 08:21
Geschreven door
Rinus VeeKay pakte dit jaar de Rookie Of The Year titel, uiteraard is dit een uitstekende start van zijn nog prille NTT IndyCar Series carrière, maar geeft zeker geen garantie tot een succesvolle toekomst. In de maand december keken we terug naar wat zijn voorgangers als Rookie of the Year hebben bereikt. Toch zegt het winnen van de Rookie of the Year titel niet alles, zo zijn er diverse grote namen die veel hebben gewonnen, behalve de Rookie of the Year titel. Als nieuwjaarsbonus kijken we terug naar de grootste namen in Indy Car tijdens hun eerste jaar (net) tekortkwamen.

Colton Herta op Circuit of the Americas

2019 - Colton Herta


Colton Herta kende een bijzonder tumultueus debuutseizoen. Het begon sterk met een achtste plaats in St. Petersburg en vervolgens direct zijn allereerste overwinning op Circuit of the Americas, waarmee hij met zijn 18 jaar de jongste racewinnaar ooit in IndyCar werd. Later dat jaar werd hij op Road America met 19 jaar ook de jongste polesitter in IndyCar, maar in de races had hij veel pech met mechanische problemen. Ondanks dat hij het seizoen op Laguna Seca afsloot met een tweede overwinning was het onvoldoende voor de Rookie of the Year titel, welke naar Felix Rosenqvist ging. Afgelopen seizoen wist hij Rosenqvist wel te verslaan en eindigde als derde in het kampioenschap.

Statistieken van Colton Herta
Klassering in rookie-seizoen: 7e (tweede rookie achter Felix Rosenqvist)
Aantal seizoenen actief: 2
Gereden races: 32
Aantal overwinningen: 3

2012 - Josef Newgarden


Josef Newgarden, Long BeachAls Indy Lights kampioen, mocht Josef Newgarden in 2012 zijn IndyCar debuut maken bij het kleine Sarah Fisher Hartman Racing (SFHR). Hier toonde hij bij vlagen zijn snelheid, maar finishte geen enkele race in de top tien en bleef op grote achterstand van de 2012 Rookie of the Year Simon Pagenaud. Newgarden zou nog drie jaar bij het team rijden, waarin hij steeds vaker zijn snelheid toonde en in 2015 zelfs twee races voor won. Dit leverde hem een contract bij Team Penske op, waarvoor hij in 2017 en 2019 het kampioenschap won.

Statistieken van Josef Newgarden
Klassering in rookie-seizoen: 23e (tweede rookie achter Simon Pagenaud)
Aantal seizoenen actief: 9
Gereden races: 148
Aantal overwinningen: 18
Aantal kampioenschappen: 2

2000 - Sam Hornish Jr.


Sam Hornish wint in 2001 het kampioenschap met Chevrolet motorenNa een zevende plaats in het 1999 Toyota Atlantic kampioenschap, maakte Sam Hornish Jr. in 2000 zijn Indy Racing League debuut voor PDM Racing. Ondanks een mooie derde plaats in nog maar zijn derde race (Las Vegas), zou zijn debuutseizoen niet bijzonder sterk verlopen. In het algemene klassement zou hij niet verder komen dan een 21ste plaats, als vierde rookie achter Airton Daré, Jeret Schroeder en Sarah Fisher.

Een jaar later maakte hij de overstap naar Panther Racing en won direct de eerste twee races van de kalender. Zowel in 2001 als in 2002 zou hij het IRL-kampioenschap winnen. In 2004 maakte hij de transfer naar Team Penske, waarvoor hij in 2006 zijn derde titel zou winnen. Na het 2007 seizoen maakte hij binnen de Penske organisatie de overstap naar NASCAR, maar zou daar geen spraakmakende resultaten behalen.

Statistieken van Sam Hornish Jr.
Klassering in rookie-seizoen: 21ste (vierde rookie achter Airton Daré, Jeret Schroeder en Sarah Fisher)
Aantal seizoenen actief: 8
Gereden races: 116
Aantal overwinningen: 19
Aantal kampioenschappen: 3


1999 - Cristiano da Matta


Cristiano da Matta rijdt over Hollywood Boulevard voor de premiere van de film DrivenNa het winnen van het 1998 Indy Lights kampioenschap, maakte Da Matta in 1999 zijn CART debuut bij Anciero-Wells Racing. Al in zijn vierde race zou hij een vierde plaats behalen, maar dit zou meteen het hoogtepunt van het seizoen zijn. Da Matta finishte dat jaar nog twee races in de top tien, met een achttiende plaats in het kampioenschap als resultaat, ver achter de Rookie of the Year en ook algemeen kampioen Juan Pablo Montoya.

In 2000 pakte de Braziliaan zijn eerste overwinning, waarna hij in 2001 de overstap maakte naar het sterkere Newman/Haas Racing en met drie gewonnen races als vijfde in het kampioenschap eindigde. Da Matta was een jaar later een klasse apart en pakte met zeven overwinningen met overmacht de CART-titel. Dit leverde hem een contract op bij het Toyota formule 1-team, maar hier kon hij weinig met het minder competitieve materiaal. In 2005 keerde Da Matta terug in Champ Car en won één race. Zijn Indy Car carrière zou in 2006 tot een vroegtijdig einde komen, toen hij tijdens een test op Road America tegen een hert botste en het ternauwernood overleefde.

Statistieken van Christiano da Matta
Klassering in rookie-seizoen: 18e (vierde rookie achter Juan Pablo Montoya)
Aantal seizoenen actief: 6
Gereden races: 101
Aantal overwinningen: 12
Aantal kampioenschappen: 1

1998 - Helio Castroneves


Helio Castroneves in 2001Helio Castroneves kende een matig rookie-seizoen in CART met slechts zes top tien finishes. Ondanks een mooie tweede plaats op de Milwaukee Mile, bleef hij op grote achterstand van mede-rookie en landgenoot Tony Kanaan. Castroneves eindigde uiteindelijk als zeventiende in het kampioenschap, waar Kanaan als Rookie of the Year op de negende plaats eindigde. Ondanks zijn matige rookie-seizoen zou Castroneves in 2000 de overstap maken naar Team Penske, waar hij tot op heden 24 races winnen, inclusief een indrukwekkende drie Indianapolis 500 zeges. Kampioen werd hij nooit; tot vier maal toe kwam hij net tekort en eindigde als tweede in het kampioenschap.

Met de Indianapolis 500 van 2020 kwam er een einde tussen de jarenlange samenwerking tussen Helio Castroneves en Team Penske en reed hij al twee races voor McLaren. Volgend jaar zal hij zes races rijden voor Meyer Shank Racing.

Statistieken van Helio Castroneves
Klassering in rookie-seizoen: 17e (tweede rookie achter Tony Kanaan)
Aantal seizoenen actief: 23
Gereden races: 351
Aantal overwinningen: 30

1997 - Dario Franchitti


Dario  Franchitti, Paul Tracy, HoustonDario Franchitti is uitgegroeid tot één van de grote namen in IndyCar, maar zijn rookie-seizoen was een stuk minder indrukwekkend. Rijdende voor Hogan Racing was Franchitti veelal in de staart van het veld te vinden, met slechts een negende plaats als beste resultaat. Hij finishte als 22ste in het kampioenschap, achter Rookie of the Year Patrick Carpentier en zelfs achter Gualtar Salles.

Een jaar later werd hij opgepikt door KOOL Green Racing, waar hij in zijn eerste jaar drie races voor zou winnen en als derde in het kampioenschap mee eindigde. In 1999 eindigde Franchitti qua punten op een gedeelde eerste plaats met Juan Pablo Montoya, maar werd niet uitgeroepen tot kampioen aangezien Montoya meer zeges had. Kampioenschappen zouden nog wel volgen, in 2007, 2009, 2010 en 2011. Ook behaalde de Schot drie Indianapolis 500 overwinningen.

Statistieken van Dario Franchitti
Klassering in rookie-seizoen: 22ste (derde rookie achter Patrick Carpentier en Gualtar Salles)
Aantal seizoenen actief: 17
Gereden races: 265
Aantal overwinningen: 31
Aantal kampioenschappen: 4

1996 - Greg Moore


Greg MooreNa een zeer dominant seizoen in de Indy Lights, reed Greg Moore in 1996 zijn rookie-seizoen in de Indy Car World Series. Rijdende voor Forsythe Racing maakte hij ook in Indy Car direct veel indruk en finishte al in zijn derde race op het podium. Er zouden nog twee podiumfinishes volgen en uiteindelijk eindigde hij de helft van de races in de top tien, waarmee hij op een keurige negende plaats in het kampioenschap eindigde. Het zou echter niet genoeg zijn voor de Rookie of the Year titel, die ging naar de op de derde plaats geëindigde Alex Zanardi gaan.

Een jaar later zou Moore zijn eerste overwinningen behalen en in 1998 eindigde hij als vijfde in het kampioenschap. Voor het jaar 2000 zou Moore de overstap maken naar het sterkere Team Penske, maar zover zou het nooit komen - tijdens de slotrace van het 1999 seizoen op Fontana verongelukte de talentvolle Canadees.

Statistieken van Greg Moore
Klassering in rookie-seizoen: 9e (tweede rookie achter Alex Zanardi)
Aantal seizoenen actief: 4
Gereden races: 72
Aantal overwinningen: 5

1991 - Paul Tracy


Paul Tracy in 1992, IndianapolisPaul Tracy kende een zeer turbulent rookie-seizoen. Met dank aan wat sponsorgeld huurde hij voor de race in Long Beach een wagen bij Dale Coyne Racing en reed ook voor dit team de trainingen voor de Indianapolis 500. Tijdens deze twee optredens maakte hij indruk op Roger Penske, welke hem aannam als testcoureur. Het team zette later in het seizoen een extra wagen in voor Tracy voor bepaalde races, maar tijdens zijn eerste race (op de Michigan International Raceway) crashte hij, brak daarbij zijn been en kon vervolgens alleen nog de laatste twee races rijden. Met slechts vier gereden races eindigde Tracy als 21ste in het kampioenschap, als derde rookie achter Jeff Andretti en Ted Prappas.

Tracy zou in de jaren die volgden veel races winnen, maar was te wild om echt voor de titel te vechten. In 2003 viel veel concurrentie weg en kon hij zijn enige kampioenschap pakken.

Statistieken van Paul Tracy
Klassering in rookie-seizoen: 21ste (derde rookie achter Jeff Andretti en Ted Prappas)
Aantal seizoenen actief: 21
Gereden races: 280
Aantal overwinningen: 32
Aantal kampioenschappen: 1

1990 - Buddy Lazier


Buddy Lazier in 1993, IndianapolisBuddy Lazier kende niet alleen een zeer matig eerste jaar van zijn Indy Car carrière, maar zelfs zeer matige eerste jaren. Na in 1989 een poging te hebben gedaan om zich voor de Indianapolis 500 te kwalificeren, lukte het in 1990 opnieuw niet. Dat jaar zou hij nog negen pogingen wagen om zich te kwalificeren, waar hij zeven maal in zou slagen. Uiteindelijk leverde een twaalfde plaats in Vancouver hem één punt op, waarmee hij als vijfde rookie eindigde (achter Eddie Cheever, Mike Groff, Dean Hall en Willy T. Ribbs).

In de vijf jaar die volgden bleef Lazier een achterhoedecoureur. Met de oprichting van de Indy Racing League verliet hij Indy Car in 1996 en won direct de eerste editie van de Indy 500 als onderdeel van de IRL. In 2000 zou hij zelfs het kampioenschap winnen, terwijl hij in 2001 als tweede in het eindigde. Na deze twee seizoenen werd het IRL veld steeds sterker en zakte hij steeds verder terug in het veld. Van 2007 tot 2017 zou Lazier nog acht pogingen wagen om de Indy 500 voor een tweede keer te winnen, maar kwam niet verder dan een zeventiende plaats.

Statistieken van Buddy Lazier
Klassering in rookie-seizoen: 30ste (vijfde rookie achter Eddie Cheever, Mike Groff, Dean Hall en Willy T. Ribs)
Aantal seizoenen actief: 26
Gereden races: 158
Aantal overwinningen: 8
Aantal kampioenschappen: 1

1984 - Emerson Fittipaldi


Patrick Racing teamgenoten Emerson Fittipaldi (#20) en Kevin Cogan (#7) op Tamiami Park nabij MiamiAls tweevoudig Formule 1-kampioen maakte Emerson Fittipaldi in 1984 de overstap naar de Indy Car World Series. Hij begon het seizoen bij WIT Racing, waar hij met een één jaar oude bolide tijdens zijn debuut (op Long Beach) als vijfde finishte. Na drie races stond hij aan de kant om vervolgens twee races rijden voor H&R Racing. Uiteindelijk eindigde de Braziliaan zijn seizoen bij Patrick Racing als vervanger van de geblesseerde Chip Ganassi. Met een vierde en een vijfde plaats als beste klasseringen eindigde Fittipaldi met zeven gemiste races als vijftiende in het kampioenschap, achter Roberto Guerrero (die dat seizoen wel alle races reed).

Na dit seizoen zou Fittipaldi nog vijf jaar bij Patrick Racing blijven rijden, met een kampioenschap in het vijfde seizoen als resultaat. Vervolgens stapte hij over naar Team Penske, waar hij in 1993 en 1994 als tweede in de algemene stand eindigde, maar geen tweede titel kon winnen. Wel won hij tot twee keer toe de Indianapolis 500 (1989 en 1993).

Statistieken van Emerson Fittipaldi
Klassering in rookie-seizoen: 15e (tweede rookie achter Roberto Guerrero)
Aantal seizoenen actief: 13
Gereden races: 206
Aantal overwinningen: 22
Aantal kampioenschappen: 1

1983 - Al Unser Jr.


Al Unser Jr. in 1983, IndianapolisNa in 1982 al één race te hebben gereden voor Forsythe Racing, mocht Al Unser Jr. in 1983 het volledige 1983 seizoen voor Galles Racing rijden. De zoon van Al Unser werd direct een vaste waarde in de top tien en eindigde dat jaar al twee maal op het podium (Road America en Pocono). Met een zevende plaats in het kampioenschap kon Unser Jr. van een succesvol rookie-seizoen spreken, maar genoeg voor de Rookie of the Year titel was het niet, deze eer ging naar Teo Fabi op een tweede plaats in het kampioenschap.

Unser Jr. zou in de jaren '80 en de eerste helft van de jaren '90 uitgroeien tot één van de voornaamste titelkandidaten in het kampioenschap. In 1990 en 1994 zou hij het Indy Car kampioenschap winnen, terwijl hij in 1992 en 1994 overwinningen in de Indy 500 zou boeken. Na nog een tweede plaats in 1995 en een vierde plaats in 1996, zakte Unser steeds verder terug in het veld. Na een zeer teleurstellend 1999 seizoen zette Penske hem aan de kant, waarna hij nog enkele seizoenen in de IRL reed en hier nog twee zeges behaalde.

Statistieken van Al Unser Jr.
Klassering in rookie-seizoen: 21ste (tweede rookie achter Teo Fabi)
Aantal seizoenen actief: 25
Gereden races: 329
Aantal overwinningen: 34
Aantal kampioenschappen: 2

1983 - Michael Andretti


Michael Andretti in 1984, IndianapolisHet rookie-seizoen Michael Andretti bestond slechts uit drie races: de laatste drie races van het 1983 seizoen mocht hij rijden bij Kraco Racing. In de eerste twee races zat er niet meer voor de 20-jarige coureur in dan een plaats in de staart van het veld, maar voor de slotrace van het seizoen op de Phoenix International Raceway kwalificeerde hij zich als veertiende en finishte als negende. Met deze drie races eindigde Andretti als 27ste in het kampioenschap, ver achter Rookie of the Year Teo Fabi, welke wel het volledige seizoen zou rijden.

Andretti z'n carrière zou er één van meestal 'net niet' worden, met vijf keer een tweede plaats in het kampioenschap en één tweede plaats en twee derde plaatsen in de Indy 500. Alleen in 1991 kon niemand hem stoppen en won hij het Indy Car World Series kampioenschap.

Statistieken van Michael Andretti
Klassering in rookie-seizoen: 26ste (achtste rookie)
Aantal seizoenen actief: 22
Gereden races: 325
Aantal overwinningen: 42
Aantal kampioenschappen: 1

1982 - Danny Sullivan


De legendarische Spin and Win van Danny Sullivan in de Indy 500 van 1985Danny Sullivan maakte in 1982 voor Forsythe Newman Racing veel indruk door tijdens zijn debuut op de Atlanta Motor Speedway direct een derde plaats te pakken, waarna hij als 21ste finishte. Hierna kon hij geen verdere Indy Car races rijden, maar werd voor 1983 wel vastgelegd door het Tyrrell Formule 1-team.

Na een solide seizoen in de Formule 1, keerde in 1984 weer terug en won dat seizoen drie races en eindigde als vierde in het kampioenschap. Onder de huidige regels (waarbij coureurs met drie eerdere starts of minder als rookie worden gezien), zou hij in 1984 de Rookie of the Year zijn geweest. Destijds waren de regels echter anders en was 1982 zijn rookie-seizoen. In 1985 zou hij op spectaculaire wijze de Indy 500 op zijn naam schrijven (de 'Spin & Win'), waarna hij in 1988 ook het algemene kampioenschap wist te winnen.

Statistieken van Danny Sullivan
Klassering in rookie-seizoen: 22ste (vierde rookie achter Bobby Rahal, Héctor Rebaque en Al Unser Jr)
Aantal seizoenen actief: 12
Gereden races: 170
Aantal overwinningen: 17
Aantal kampioenschappen: 1

FotografieIMS
Deel op Social Media
reacties Nog géén reacties

Volgende Race
Music City Grand Prix race logo
Big Machine Music City Grand Prix
08 Augustus, 23:30 CET
Mid-Ohio
Mid-Ohio
Vrijdag - 2 Juli
20:30 Vrije training 1
Zaterdag - 3 Juli
15:05 Vrije training 2
18:00 Kwalificatie
21:30 Warm-up
Zondag - 4 Juli
18:05 Race
Poll
Wat was tot op heden de mooiste race van 2021?
IndyCar Series Races
Verenigde Staten
Barber Motorsports Park
18-04
Verenigde Staten
Texas Motor Speedway
02-05
Verenigde Staten
Texas Motor Speedway
02-05
Verenigde Staten
Indianapolis Infield
15-05
Verenigde Staten
Indianapolis
30-05
Verenigde Staten
Road America
20-06
Verenigde Staten
14-08
Verenigde Staten
12-09