OpenWheelWorld.net Home

Preview op de 99ste Indianapolis 500

Na tientallen trainingsuren is het komend weekend zover: de 99ste Indianapolis 500! Voor honderdduizenden fans op de tribunes en miljoenen fans wereldwijd strijden 33 coureurs voor een plaats in de historieboeken en een rijk gevulde prijzenpot. Ryan Hunter-Reay zal zijn zege van vorig jaar van de zestiende startplaats moeten verdedigen, terwijl Scott Dixon het veld bij het zwaaien van de groene vlag zal leiden. Wie schrijft er zondag historie?

Geschiedenis van de Indianapolis Motor Speedway


De Indianapolis Motor Speedway (IMS) werd in 1909 binnen vijf maanden gebouwd als 2,5 mijl lange oval met een onverhard wegdek. In de eerste races die op de baan werden verreden bleek dit wegdek door problemen met de stabiliteit zeer gevaarlijk. Toen er in het tweede raceweekend op de baan maar liefst vijf dodelijke slachtoffers te betreuren vielen stapte eigenaar Carl G. Fisher naar voren en leidde en financierde een project om de baan te verharden met 3,2 miljoen bakstenen, waar ook de bijnaam van de IMS vandaan komt: 'Brickyard’. Tegenwoordig ligt er nog altijd een strip van 90 cm met de originele bakstenen op de baan.

Een jaar later opende de vernieuwde Indianapolis Motor Speedway (IMS) opnieuw zijn deuren voor een aantal kleine evenementen, maar de eigenaren wilden meer. Zo werd het idee voor de eerste 500-mijlsrace op de baan geboren, die in 1911 al door 80.000 betalende bezoekers werd bezocht. De race werd gewonnen door Ray Harroun, die na meer dan 6,5 uur met een gemiddelde snelheid van 120.060 km/h werd afgevlagd.

De race groeide al snel uit tot een wereldwijd evenement, dat naast Amerikaanse autofabrikanten ook de interesse van Europese merken als Fiat, Mercedes en Peugeot en coureurs uit Europa trok.

Ondanks de grote depressie kwamen de gemiddelde snelheden in de jaren ’30 steeds hoger te liggen op de gladde bakstenen, waardoor de eigenaren van het circuit gedwongen werden om de 2,5 mijl lange oval te asfalteren. Ondanks de verbeteringen van de jaren ’30, volgde er in de jaren ’40 een donkere periode voor de IMS. Dit begon al in 1941 met een grote brand die 'Gasoline Alley’ voor de helft in de as legde. Hierdoor werd de 1942 editie van de Indianapolis 500 geannuleerd. Doordat er vanwege de Tweede Wereldoorlog een verbod op autosport volgde werd de race voor vier jaar niet meer verreden en raakte de baan in verval.

Aan het eind van de oorlog werd de IMS in 1944 te koop gezet. Om te voorkomen dat het circuit op zou worden gekocht voor woningbouw ging drievoudig Indy 500 winnaar Wilbur Shaw op zoek naar een koper die de baan in zijn oude glorie zou kunnen herstellen. Dit persoon werd in Tony Hulman gevonden, die de baan voor $750.000 overnam. De baan werd intensief gerestaureerd, waarna in 1946 de Indianapolis 500 opnieuw kon worden verreden.

Al snel groeide de race tot grotere hoogten dan voor de oorlog en was van 1950 tot 1960 naast het Indy Car kampioenschap (tot 1955 onder AAA, vanaf 1956 onder USAC) ook onderdeel van het Formule 1 kampioenschap.

Na de dood van Tony Hulman, die in 1955 USAC als overkoepelend orgaan had opgericht, ontstonden eind jaren ’70 wrijvingen tussen USAC en de teameigenaren over macht en geld, waarna een aantal teambazen aan het eind van 1978 CART oprichtten als afsplitsing van de oude USAC geleidde kampioenschap. Deze raceklasse gaf direct in het jaar van zijn oprichting de genadeklap aan de oude USAC klasse, waarna enkele onrustige jaren voor de Indy 500 volgden.

De IMS bleef de 25 jaar eerder zelf opgerichte USAC trouw, waardoor de 1981 en 1982 edities van de Indy 500 niet meetelden voor CART’s Indy Car World Series. In 1983 werd als oplossing gevonden dat de Indy 500 USAC als overkoepelend orgaan bleef houden, maar wel mee zou tellen voor het CART kampioenschap. Echter bleef er wrijving tussen beide partijen bestaan.

Deze wrijving werd nog groter toen Tony George, kleinzoon van Tony Hulman, directeur van de IMS werd. George had nooit zijn onvrede met CART –vooral over de koers om veel ovals te vervangen door permanente- en stratencircuits en de grotere internationale invloeden- onder banken of stoelen gestoken. Toen George ook nog uit de raad van bestuur van CART werd gezet was de maat voor hem vol en maakte hij in 1994 bekend de Indy Racing League op te richten. Doordat George in de reglementen van de nieuwe raceklasse liet vastleggen dat 25 van de 33 posities door IRL coureurs ingenomen moesten worden kon de race niet meer meetellen voor het CART kampioenschap, waardoor de Indy 500 veel grote namen en faam verloor.

Na enkele moeilijke jaren keerden in 2000 voor het eerst grote namen uit CART terug naar de Indy 500. De kracht van de Indy 500 bleek ondanks de terugval van het evenement ongekend groot, wat resulteerde dat tussen 2002 en 2004 Honda, Toyota en de meeste van CART’s topteams (Penske, Ganassi, Green, Rahal) de overstap naar de IRL maakten. In 2008 volgde de definitieve 'hereniging’ van Champ Car en de IRL, maar de gedane schade is tot dit jaar overal nog goed aan te merken.

Het circuit volgens Helio Castroneves


"Bocht 1 is erg interessant. Het lijkt alsof er nauwelijks banking is, maar als je bij de apex komt voelt de banking weer als normaal. Bocht 2 is volgas, maar niet zo snel als Bocht 1. Bocht 3 is het eenvoudigst vanwege de banking. Bocht 4 moet je snel uit"

De kanshebbers


Team Penske: Team Penske zat er tijdens de vrije trainingen vaak goed bij en beschikt over verschillende zeer ervaren coureurs. De twee grootste favorieten zijn de twee coureurs die zich het minst hebben gekwalificeerd: Helio Castroneves en Juan Pablo Montoya. Simon Pagenaud en Will Power hebben het nog lastig met de opbouw van 500-mijlsraces, maar beginnen steeds sterker te worden, wat Power vorig jaar illustreerde door in Fontana te winnen.
Ganassi Racing: Op Indianapolis telt ervaring en raceslimheid. Als er twee coureurs dit hebben, zijn dit Scott Dixon en Tony Kanaan wel. Met de pole en een vierde startplaats beginnen deze twee rijders bovendien ook in de kop van het veld. Sage Karam mag niet als favoriet voor de zege worden gezien, maar kan tijdens de race ondanks de 23ste tijd in de kwalificatie wel eens verrassen!
Ed Carpenter: CFH Racing had het erg zwaar met twee zware en kostbare crashes in de trainingen, waardoor het kwalificatieresultaat tegenviel. Maar met Ed Carpenter heeft het team wel de polesitter van 2013 en 2014 in één van de wagens, welke elk jaar competitiever begint te worden in de race. Kan hij dit keer de strijd aangaan met Penske en Ganassi?
Andretti Autosport: Als regerend Indy 500 kampioen mag Andretti Autosport niet over het hoofd worden gezien, maar tot op heden valt het team erg tegen. De vraag is echter wat de Honda aero kit in de race gaat doen. Op de permanente circuits bleek deze veel sterker dan tijdens de kwalificatie en zelfs goed genoeg om de strijd aan te gaan met Chevrolet. Met Ryan Hunter-Reay en Marco Andretti beschikt het team over twee coureurs die in Indy kunnen winnen. Kan Honda met Andretti Autosport verrassen?

De Indy 500 op tv


De Indianapolis 500 wordt zondag live uitgezonden op Sport1. De uitzending begint op 18:00 uur op Sport1 Racing, waarna om 18:30 uur ook Sport1 Select de race zal uitzenden.

Share |
Geplaatst 20-05-2015, 22:43
Gewijzigd 09-05-2016, 19:23
Geschreven door P. Straver
Fotografie IMS

Copyright © 2004-2019 OpenWheelWorld.net

  2 reacties !

Distortion, 21-05-2015, 18:32

Mooi stukje! ik hoop stiekem op Tony kanaan. Die heeft al zoveel pech gehad de laatste jaren

valensia, 21-05-2015, 22:03

ik hoop op takuma banzai sato


Volgende Race
Honda Indy Toronto
14 Juli, 21:30 CET

Poll
Met welk cijfer beloon je de 103e Indianapolis 500?
8% 10
15% 9
35% 8
35% 7
0% 6
4% 5
0% 4
0% 3
0% 2
4% 1


Zoeken

Foto v/d week



RSS Feed


Road America
Vrijdag - 21 Juni
18:05 Vrije training 1 
22:00 Vrije training 2 
Zaterdag - 22 Juni
18:00 Vrije training 3 
22:00 Kwalificatie 1 
Zondag - 23 Juni
18:30 Race 

Race Road America
1. A. Rossi 1:39:40
2. W. Power 1:40:08
3. J. Newgarden 1:40:12
4. G. Rahal 1:40:13
5. S. Dixon 1:40:19
Volledige uitslag

Coureurskampioenschap

Officiële sites

Bezoek OpenWheelWorld op Facebook Bezoek OpenWheelWorld op Twitter